Mechelen: woensdag, 24 juni 2026
Tijdens de bestuursvergadering van 26 december 1939 wordt de grote brandramp van cinema "Salle de Paris" besproken. De voorzitter vraagt waarom er niet met peletons is gewerkt. In geval van brand in de stad werd ze in twee districten verdeeld, noord en zuid. De heer Leopold Noëz antwoord hierop dat het verwittigen door de van dienst zijnde politie correct gebeurde. Er was brand in de 4e wijk, bijgevolg moeten alle mannen opgeroepen worden van ploeg 2 en 3 en dit is gebeurd. Het was het begin van een bewogen vergadering. Lees hieronder het volledige verslag ...
Het 2e peleton dat onder het bevel stond van onderluitenant Emiel De Coster kon dus hier met zijn manschappen optreden, maar aangezien de brand snel uitbreidde en een grote ramp zou kunnen worden heeft de politie opdracht gegeven om alle overige manschappen op te bellen.
De voorzitter merkt op dat onderluitenant De Coster niet te bevelen heeft aan zijn bevelhebber Leopold Noëz omdat hij in de stad niet mag optreden als brandmeester van de Gewestelijke Groep. De Coster zegt op zijn beurt dat hij een schrijven heeft ontvangen van de gouverneur om in geval van mobilisatie het bevel te voeren over het gewest. Voorzitter van De Plas antwoord hierop dat het nog geen mobilisatie is en dat hier tegen opgetreden moet worden.
De voorzitter vraagt daarna aan de bevelvoerder of er geen problemen zijn met de stadswerklieden omdat hij opgemerkt heeft dat ze tijdens de brand van cinema Salle de Paris alleen een vest en laarzen droegen en er geen enkele vrijwilliger behoorlijk was uitgerust.
Bevelvoerder Noëz antwoord hierop dat er van hogerhand beloofd is om het korps te voorzien van nieuwe kledij, maar er nog geen aankoop is gebeurd. Er is dus grote misnoegdheid in het korps, er zijn zelfs pompiers die reeds 3 jaar in dienst zijn en die nog altijd geen kledij hebben en ook niet verzekerd zijn.
Onderluitenant De Coster zegt dat dit in kleinere gemeenten dan Mechelen veel beter geregeld is. De voorzitter antwoord hierop dat er in de beheerraad van 8 oktober 1936 vermeld stond dat de korpsoverste van de stad ook "Brandmeester" van het gewest moest zijn, dus onderluitenant De Coster had hier geen recht van spreken.
Op zijn beurt geeft sergeant Fosté zijn mening en zegt dat er in het korps een goede sfeer is en wij niet moeten onderdoen voor gelijk welk beroepskorps, maar dat ze tegenwoordig machteloos staan door de tegenstrijdige bevelen die er gegeven worden.
Hij dringt erop aan dat er onder de officieren een betere verstandhoudinng zou komen, dit zou van de Mechelse pompiers een keurkorps maken. De bevelvoerder antwoord hierop het volgende; aangezien het kader niet voldoet vraagt hij om over te gaan tot de volgende bevorderingen: sergeant Fosté wordt benoemd tot 1e sergeant en Flor Peeters tot sergeant aangezien ze beide geslaagd zijn in het examen voor aspirant-officier, maar Luitenant Noëz is niet akkoord voor Peeters.
Nog enkele bevorderingen die worden doorgevoerd waren: korporaal De Wit werd sergeant, hij was de eerste op het examen in Antwerpen, Druez, De Vroe, De Waele en Van Utterbeek werden korporaal. Hiermee werd de vergadering afgesloten na een bewogen avond.
Inventaris materiaal
Net vóór de Tweede Wereldoorlog beschikte het Mechels brandweerkorps niet over voldoende adequate middelen om aan alle oproepen te voldoen.
De pompiers hadden toen het volgende materiaal ter hun beschikking:
Dit werd opgemaakt te Mechelen op 26 oktober 1939
Op 1 september 1939 bestond het brandweerkorps uit 41 leden waaronder; 1 kapitein-bevelhebber, 1 luitenant-geneesheer, 1 luitenant,
1 onderluitenant, 1 sergeant-majoor, 1 sergeant-fourier, 3 sergeanten, 4 korporaals en
28 brandweermannen.
Er moesten dat jaar 11 branden bestreden worden, en er werden 15 brand en 4 wapenoefeningen gehouden.
Copyright - 2026 - Designed by DiLuc - Hosting Combell